ECLI:NL:RVS:2018:4124
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling, afkomstig uit Bagdad en behorend tot de soennitische islamitische geloofsstroming, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees deze aanvraag af op grond dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer in Bagdad een reëel risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris vernietigd, stellende dat de vreemdeling door zijn lange afwezigheid niet bekend was met de actuele veiligheidssituatie in Bagdad. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat van soennitische ontheemden, waaronder de vreemdeling die 42 jaar in Bagdad had gewoond en daar familie en identiteitsdocumenten heeft, verwacht mag worden dat zij zich veilig kunnen vestigen in Bagdad. De rechtbank had ten onrechte het besluit vernietigd. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond.
De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 14 december 2016 ongegrond en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.