ECLI:NL:RVS:2018:4188
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J.J. van Eck
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vernietiging kinderopvangtoeslagbesluiten 2007-2010
De zaak betreft het hoger beroep van de Belastingdienst/Toeslagen tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die de besluiten tot herziening en vaststelling van kinderopvangtoeslag voor de jaren 2007, 2008 en 2009 deels vernietigde wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. De rechtbank had geoordeeld dat de herzieningen na de wettelijke termijn van vijf jaar waren genomen en dat dit onrechtmatig was. Tevens had de rechtbank schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad van State overweegt dat de besluiten van de Belastingdienst voor 2009 binnen de vijfjaarstermijn zijn genomen en dat de vaststelling van de toeslag in 2015 op een hoger bedrag plaatsvond, waardoor geen strijd met rechtszekerheid bestaat. Voor 2007 en 2008 oordeelt de Afdeling dat de Belastingdienst wel bevoegd was de besluiten te nemen, mede omdat partijen overeenstemming hadden bereikt over de feiten en de toeslagbedragen. De rechtbank was ten onrechte uitgegaan van de eerste feitelijke uitbetaling als maatstaf.
Verder oordeelt de Raad van State dat de rechtbank buiten de omvang van het geding is getreden door ambtshalve een immateriële schadevergoeding toe te kennen wegens overschrijding van de redelijke termijn zonder dat de wederpartij hierom had verzocht. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd behalve voor 2010, en het beroep voor 2007, 2008 en 2009 ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het beroep voor 2007, 2008 en 2009 wordt ongegrond verklaard.