ECLI:NL:RVS:2018:425
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door inzet stagiaires voor reguliere arbeid
De minister legde aan appellant A en appellante B bestuurlijke boetes op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boetes werden opgelegd omdat Chinese stagiaires werkzaamheden verrichtten die niet onder de reikwijdte van hun tewerkstellingsvergunning vielen. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant A en appellante B ongegrond en bevestigde de boetes.
Appellant A en appellante B voerden aan dat de werkzaamheden binnen het stageprogramma vielen en dat zij voldeden aan de gestelde eisen. De rechtbank oordeelde echter dat de werkzaamheden voornamelijk bestonden uit het plukken van paprika's, dat het stageprogramma onvoldoende werd uitgevoerd en dat de werkzaamheden niet verschilden van reguliere arbeid. De minister en rechtbank hechtten terecht onvoldoende waarde aan de door hen overgelegde stukken.
De Raad van State bevestigt dat appellant A en appellante B onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij alles redelijkerwijs mogelijk hebben gedaan om overtreding te voorkomen. Ook het beroep op matiging van de boete wegens verminderde verwijtbaarheid en correcte loonbetaling faalt. De boetes zijn proportioneel en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boetes wegens overtreding van artikel 2 Wav en verklaart het hoger beroep ongegrond.