ECLI:NL:RVS:2019:585
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door bemiddelaar stagiaires
De zaak betreft drie boetes opgelegd aan een bemiddelingsbureau voor het laten verrichten van arbeid door zeven Chinese vreemdelingen die als stagiaires in Nederland verbleven. De minister legde boetes op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar stelde de minister de boetes op nihil, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en kende een schadevergoeding toe wegens termijnoverschrijding.
De Raad van State behandelde het hoger beroep en bevestigde dat het bemiddelingsbureau als feitelijk werkgever moet worden aangemerkt. Dit volgt uit het financiële belang, de ondertekening van stageovereenkomsten, het opstellen van stageprogramma’s en het onderhouden van contact met de stagiaires. De werkzaamheden van de vreemdelingen kwamen niet overeen met het stageprogramma en bestonden voornamelijk uit reguliere arbeid zoals plukwerkzaamheden.
De Raad oordeelde dat de werkzaamheden niet onder de reikwijdte van de afgegeven tewerkstellingsvergunningen vielen en dat de boetes terecht zijn opgelegd. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boetes wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen door het bemiddelingsbureau.