ECLI:NL:RVS:2018:4281
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vergoeding kosten bezwaar na intrekking weigering toestemming beveiligingswerkzaamheden
De korpschef van politie had aanvankelijk de aanvraag van een beveiligingsbedrijf om toestemming te verlenen aan een persoon voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden geweigerd vanwege een serieuze verdenking van betrokkenheid bij een drugslaboratorium. Na vrijspraak in de strafzaak verleende de korpschef alsnog toestemming, maar weigerde de kosten van het bezwaar te vergoeden. De rechtbank oordeelde dat de weigering onrechtmatig was en veroordeelde de korpschef tot vergoeding van de kosten.
In hoger beroep stelde de korpschef dat het besluit was herroepen wegens veranderde omstandigheden en niet wegens aan hem te wijten onrechtmatigheid. De Raad van State bevestigde dat de korpschef beoordelingsruimte heeft bij betrouwbaarheid en dat de intrekking van het besluit gebaseerd was op gewijzigde feiten, namelijk de vrijspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, omdat de vergoeding van kosten alleen verschuldigd is bij herroeping wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid, wat hier niet het geval was.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de korpschef wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.