ECLI:NL:RVS:2018:452
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De staatssecretaris heeft op 2 juni 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 21 december 2017 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om voorlopige voorziening toewijsbaar is, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3250). De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en heeft recht op opvang en verstrekkingen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter mr. A.W.M. Bijloos op 8 februari 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.