ECLI:NL:RVS:2018:466
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wob-verzoek inzake jachtrecht en jachtaktes in Midden-Nederland
Appellant verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om informatie over de juridische basis van jacht op percelen rondom zijn eigendom in Midden-Nederland. De korpschef weigerde dit verzoek, omdat de gevraagde gegevens niet in bestaande documenten bij hem aanwezig zijn en het vervaardigen van een overzicht gelijkstaat aan het maken van nieuwe documenten, wat de Wob niet verplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de korpschef gemotiveerd heeft toegelicht dat er geen centraal bestand is met de gevraagde informatie en dat de controle op aanvraagformulieren niet altijd volledig is. Appellant stelde in hoger beroep dat de informatie wel uit aanvraagformulieren en jachthuurovereenkomsten kan worden afgeleid en dat de korpschef deze documenten had moeten openbaren of opvragen bij andere instanties.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Wob geen verplichting bevat om gegevens te vervaardigen die niet in bestaande documenten zijn neergelegd en dat de korpschef niet verplicht is om documenten van derden te verkrijgen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het Wob-verzoek bevestigd.