ECLI:NL:RVS:2018:479
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer ondanks betwisting bestuurder
Op 30 mei 2016 werd appellant aangehouden wegens rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 385 µg/l. Het CBR legde hem op 17 juni 2016 een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) op. Appellant stelde dat niet hij, maar zijn broer de bestuurder was en dat hij ten onrechte werd geïdentificeerd.
De rechtbank oordeelde dat de processen-verbaal voldoende bewijs bevatten dat appellant de bestuurder was en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de identificatie onvoldoende was onderbouwd, mede omdat de verbalisanten alleen op basis van politiefoto’s hadden herkend en er een plausibele verklaring was dat zijn broer zich had uitgegeven als appellant.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het CBR en de rechtbank mochten uitgaan van de juistheid van de op ambtseed opgemaakte processen-verbaal, tenzij tegenbewijs dit tegenspreekt. De verklaring van getuige en broer werden niet als onafhankelijk en betrouwbaar beoordeeld. De uiterlijke kenmerken van appellant en zijn broer verschillen voldoende om misidentificatie uit te sluiten. De Afdeling bevestigde daarom het besluit tot oplegging van de EMA en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het CBR terecht een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer heeft opgelegd aan appellant.