ECLI:NL:RVS:2018:513
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geschiktheid rijbewijs wegens vermoedelijk alcoholmisbruik
Appellante verzocht om een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen categorie B, welke door het CBR werd geweigerd op grond van vermoedelijk alcoholmisbruik. Een psychiater had een verhoogd CDT-gehalte vastgesteld, aanvankelijk toegeschreven aan het gebruik van atorvastatine, maar later herzien en toegeschreven aan alcoholmisbruik.
De rechtbank oordeelde dat het CBR zich op de conclusie van de psychiater mocht baseren en verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij geen alcohol meer gebruikte en dat het verhoogde CDT-gehalte door medicatie werd veroorzaakt, waarbij zij een verklaring van een apotheker overlegde.
De Raad van State overwoog dat de psychiater zijn conclusie baseerde op een integrale beoordeling van alle gegevens en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het verhoogde CDT-gehalte door atorvastatine werd veroorzaakt. De enkele verklaring van de apotheker was onvoldoende om het oordeel van de psychiater te weerleggen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het CBR om appellante een verklaring van geschiktheid af te geven wegens vermoedelijk alcoholmisbruik.