ECLI:NL:RVS:2018:623
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet verbroken gezinsband
De vreemdeling met de Jordaanse nationaliteit verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn echtgenote met de Syrische nationaliteit te verblijven. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat hij meende dat de feitelijke gezinsband was verbroken. De rechtbank oordeelde echter dat de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd had dat de gezinsband was verbroken en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Hij stelde dat uit de asielprocedure bleek dat het huwelijk al twee jaar voor vertrek van de referente uit Syrië ontwricht was, ondanks het feit dat zij getrouwd waren en onder één dak woonden. De Raad van State overwoog dat het enkele feit dat zij aparte slaapkamers hadden tijdens huwelijksproblemen onvoldoende is om te concluderen dat de gezinsband was verbroken.
De spanningen tussen de echtgenoten werden mede veroorzaakt door de oorlog en onenigheid over het vertrek voor veiligheid van de kinderen. De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de mvv blijft in stand.