ECLI:NL:RVS:2018:64
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vreemdelingenbewaring na beoordeling zicht op uitzetting naar China
De vreemdeling is op 7 oktober 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
In het hoger beroep klaagde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn naar China. Hij verwees naar een eerdere uitspraak waarin werd vastgesteld dat de Chinese autoriteiten niet meewerkten aan het afgeven van laissez passers, waardoor uitzetting niet mogelijk was.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het zicht op uitzetting mede afhangt van de medewerking van de autoriteiten van het land van herkomst. De staatssecretaris had toegelicht dat de Chinese autoriteiten sinds juni 2015 contact hadden onderhouden en in oktober 2017 een identificatiemissie hadden uitgevoerd. Tijdens deze missie werden vreemdelingen gepresenteerd en werd de vermoedelijke Chinese nationaliteit vastgesteld. De Afdeling concludeerde dat het zicht op uitzetting thans niet ontbreekt en verwierp het hoger beroep.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt bevestigd omdat het zicht op uitzetting naar China binnen een redelijke termijn niet ontbreekt.