ECLI:NL:RVS:2018:646
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging samenhangende vergoeding voor rechtsbijstand bij invordering dwangsommen
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van een samenhangende vergoeding voor door appellant verleende rechtsbijstand in twee afzonderlijke procedures bij de rechtbank Gelderland. De raad stelde dat de zaken procedureel en inhoudelijk samenhangen, omdat ze beide betrekking hebben op de invordering van dwangsommen wegens permanente bewoning van een recreatiewoning.
De rechtbank had het bezwaar van appellant tegen de samenhangende vergoeding gegrond verklaard wegens onvoldoende motivering van de raad, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Appellant stelde in hoger beroep dat de zaken niet verknocht zijn omdat het om verschillende rechtzoekenden en afzonderlijke besluiten gaat.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de raad terecht heeft geoordeeld dat de zaken samenhangend zijn. De zaken zijn aansluitend behandeld en betreffen hetzelfde rechtsprobleem, namelijk de invordering van dwangsommen voor dezelfde recreatiewoning. Hoewel de feiten en persoonlijke omstandigheden verschillen, is er een inhoudelijke samenhang die samenhangende vergoeding rechtvaardigt.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de zaken samenhangend zijn en wijst het hoger beroep af.