ECLI:NL:RBDHA:2020:14572
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling samenhang en vergoeding rechtsbijstand in vreemdelingenbewaringzaken
Eiser betwistte de beslissing van de Raad voor Rechtsbijstand om de vergoeding voor rechtsbijstand in twee vreemdelingenbewaringzaken samen te voegen en slechts één vergoeding toe te kennen. De zaken betroffen afzonderlijke besluiten op grond van artikel 59 en Pro 59b van de Vreemdelingenwet 2000, maar werden gelijktijdig behandeld en betroffen dezelfde rechtzoekende.
De rechtbank overwoog dat samenhangende procedures volgens artikel 11 van Pro het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr) zaken zijn die nagenoeg aansluitend ter zitting zijn behandeld en inhoudelijk verknocht zijn. Hoewel de procedures verschillende feitencomplexen en rechtsvragen betroffen, was er sprake van inhoudelijke samenhang omdat beide zaken de inbewaringstelling betroffen en de rechtsbijstandverlener zich slechts eenmaal hoefde te verdiepen in de problematiek.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser en bevestigde dat de vergoeding terecht was vastgesteld op basis van samenhangende procedures. Tevens wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat eiser geen professionele externe rechtsbijstand had ingeschakeld en dergelijke kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen.
De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Kleijn op 11 juni 2020. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vergoeding voor samenhangende procedures wordt ongegrond verklaard.