ECLI:NL:RVS:2018:78
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht bij groepsfietsverbod
Bij besluit van 28 september 2016 heeft de burgemeester een gebied aangewezen waar het verboden is zich met een groepsfiets te bevinden. Appellanten stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Amsterdam, welke uitspraak op 31 oktober 2017 werd gedaan. Vervolgens stelden appellanten hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State heeft in deze procedure beoordeeld of het hoger beroep ontvankelijk is. Appellanten zijn op 2 november 2017 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. Nadat bleek dat het griffierecht niet was voldaan, werden zij bij aangetekende brief van 6 december 2017 nogmaals geïnformeerd dat betaling uiterlijk 3 januari 2018 moest plaatsvinden.
Omdat het griffierecht niet binnen deze termijn is betaald en er geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die het verzuim rechtvaardigen, verklaart de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer en is openbaar uitgesproken op 11 januari 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.