ECLI:NL:RVS:2018:827
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huurtoeslag 2015 wegens te hoge rekenhuur en inkomen
Appellant ontving in 2014 en 2015 voorschotten huurtoeslag voor zijn woning in Assendelft. De Belastingdienst/Toeslagen stelde de huurtoeslag over 2015 definitief vast op nihil en vorderde de reeds ontvangen voorschotten terug, omdat de rekenhuur hoger was dan de maximale huurgrens van € 710,68. Appellant stelde dat de huurprijs door een fout tijdelijk te hoog was vastgesteld en inmiddels gecorrigeerd.
De Belastingdienst/Toeslagen verwees naar een telefonisch contact met de verhuurder waarin werd bevestigd dat de huurprijs per 1 januari 2017 was verlaagd. De dienst wees ook op het feit dat appellant in 2014 geen recht had op huurtoeslag vanwege een te hoog gezamenlijk toetsingsinkomen, waardoor een uitzondering op de maximale huurgrens niet van toepassing was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant grotendeels ongegrond en niet-ontvankelijk voor het eerdere bezwaar. Appellant ging in hoger beroep, maar de Raad van State oordeelde dat appellant zijn stellingen onvoldoende met bewijs had onderbouwd en dat de Belastingdienst/Toeslagen geen plicht had om eerder onderzoek te doen naar de huurprijs. Ook werd het beroep op de uitzondering in artikel 13, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wet op de huurtoeslag verworpen omdat appellant in de voorafgaande maand geen recht had op huurtoeslag.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellant geen recht had op huurtoeslag over 2015 en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en uitspraak rechtbank bevestigd; geen recht op huurtoeslag over 2015.