ECLI:NL:RVS:2018:85
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing restitutie leges verblijfsvergunning zelfstandige
De vreemdeling, met de Amerikaanse nationaliteit, diende op 25 juni 2015 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als zelfstandige op grond van het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag. Hiervoor betaalde hij €1.279 aan leges. Hoewel de aanvraag werd ingewilligd, werd zijn verzoek om restitutie van een deel van de leges door de staatssecretaris afgewezen. Na een ongegrond verklaard bezwaar en beroep bij de rechtbank, stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende inzicht had gegeven in de relatie tussen de hoogte van de leges en de daadwerkelijke kosten van de aanvraagbehandeling, waardoor het besluit niet deugdelijke gemotiveerd was. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het gelijkheidsbeginsel niet leidend was, maar de motivering van de kostendekkendheid was onvoldoende onderbouwd.
Na nadere schriftelijke toelichting van de staatssecretaris over de opbouw van legeskosten, beleidsmatige motieven en de beoordelingsmarge bij vaststelling van leges, oordeelde de Afdeling dat de motivering alsnog voldoende was. Daarom werd het vernietigde besluit in stand gelaten met toepassing van artikel 8:72, derde lid, Awb. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van restitutie van leges wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; proceskosten en griffierecht worden vergoed.