ECLI:NL:RVS:2018:946
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen derde herziening exploitatieplan Hooghkamer Voorhout
Appellant betoogde dat de raad bij de derde herziening van het exploitatieplan Hooghkamer onjuiste referentieobjecten gebruikte, een onvoldoende gemotiveerde staffeling toepaste en dat de fluctuaties in de inbrengwaarde niet verklaard waren. Tevens stelde appellant dat de waarde van zijn kavel te laag was vastgesteld en dat de neerwaartse aanpassing van het indexpercentage onvoldoende was toegelicht.
De raad stelde dat voor de derde herziening expliciete referentieobjecten waren gebruikt, waarbij waardedrukkende factoren waren meegenomen. De staffeling werd gehanteerd om objecten van verschillende omvang vergelijkbaar te maken en was gebaseerd op de referentieobjecten. De bruto-exploitatiebijdrage en inbrengwaarde zijn verschillende grootheden, waardoor fluctuaties verklaarbaar zijn. De indicatieve waarde van € 100 per m² voor de kavel als zelfstandige economische eenheid was niet onderbouwd maar ook niet betwist door appellant.
De Afdeling oordeelde dat de raad terecht uitging van de referentieobjecten en dat de gehanteerde staffeling logisch en redelijk was. De fluctuaties in de inbrengwaarde vormden geen reden tot twijfel aan de zorgvuldigheid van de taxaties. De neerwaartse aanpassing van het indexpercentage was voldoende toegelicht. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de derde herziening van het exploitatieplan Hooghkamer is ongegrond verklaard.