ECLI:NL:RVS:2018:962
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- W. Sorgdrager
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en schadevergoeding wegens onrechtmatige invordering dwangsom recreatiewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Ede legde op 16 juli 2015 een last onder dwangsom op aan appellanten wegens het gebruik van een recreatiewoning in strijd met het bestemmingsplan. Deze last werd onherroepelijk omdat er geen rechtsmiddelen tegen werden aangewend. Op grond van een controle concludeerde het college dat de overtreding voortduurde en vorderde de dwangsom van € 20.000,- op 28 januari 2016.
Appellanten stelden dat zij niet als overtreders konden worden aangemerkt omdat zij geen eigenaar of verhuurder waren van de recreatiewoning; deze was eigendom van hun dochter die er woonde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bij de invordering niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid had kunnen gebruikmaken en dat het besluit onrechtmatig was.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en het besluit tot invordering, en stelde vast dat appellanten recht hebben op vergoeding van proceskosten en gemaakte schade, waaronder kosten voor rechtsbijstand en griffierechten. Het college werd veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigde bedragen en tot betaling van een schadevergoeding met wettelijke rente vanaf de datum van het verzoek.
Uitkomst: Het besluit tot invordering van de dwangsom wordt herroepen en het college wordt veroordeeld tot schadevergoeding en terugbetaling aan appellanten.