ECLI:NL:RVS:2018:3458
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- F.C.M.A. Michiels
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering zorgtoeslag en kindgebonden budget bij gehuwde belastingplichtige
De Belastingdienst/Toeslagen heeft de voorschotten zorgtoeslag en kindgebonden budget van appellant over 2015 en 2016 herzien en vastgesteld op lagere bedragen, omdat appellant's echtgenote als toeslagpartner werd aangemerkt. Appellant voerde aan dat hij duurzaam gescheiden leefde en zijn echtgenote niet in Nederland verbleef, waardoor hij als alleenstaande ouder moest worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling oordeelt dat het wettelijke partnerbegrip in de Awir en Awr objectief is en dat het huwelijk bepalend is, ongeacht feitelijke woonplaats of verblijfstatus van de echtgenote. Er is geen ruimte voor een hardheidsclausule of afwijking op grond van bijzondere omstandigheden.
Het beroep op het Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) faalt omdat de besluiten niet jegens het kind zijn genomen en de bepalingen geen directe werking hebben. De terugvordering van teveel betaalde voorschotten is terecht. Appellant kan wel een betalingsregeling aanvragen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de echtgenote terecht als toeslagpartner is aangemerkt en verklaart het hoger beroep ongegrond.