ECLI:NL:RVS:2019:1200
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering openbaarmaking documenten op grond van de Wob door Raad voor Rechtsbijstand
Appellant verzocht de Raad voor Rechtsbijstand om openbaarmaking van verschillende documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het bestuur wees deze verzoeken af, met name op basis van het belang van inspectie, controle en toezicht en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het bestuur het besluit onvoldoende had gemotiveerd en dat de rechtbank ten onrechte de weigeringsgronden had toegepast. De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat het bestuur niet per document of onderdeel had gemotiveerd waarom openbaarmaking werd geweigerd en bovendien niet had geïnventariseerd welke documenten onder de verzoeken vielen.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank dit niet had onderkend en dat het bestuur het besluit met betrekking tot de verzoeken onvoldoende had gemotiveerd. Tevens werd overwogen dat de bijzondere openbaarmakingsregeling van de Advocatenwet mogelijk van toepassing is, wat de weigeringsgrond uit de Wob kan overstijgen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het bestuur voor zover de weigering van verzoeken 2 en 3 gehandhaafd bleef. Het bestuur wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen na inventarisatie van de documenten. Tevens is bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering openbaarmaking wordt vernietigd voor zover verzoeken 2 en 3 betreffen.