ECLI:NL:RVS:2019:1212
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag wegens niet-betaling kosten 2017
Appellante maakte in 2017 gebruik van kinderopvang en ontving voorschotten kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 21 augustus 2017 de voorschotten opnieuw vast op nihil, omdat niet was aangetoond dat alle kosten waren betaald. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond wegens onvoldoende bewijs van betaling.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door psychische klachten en gebrek aan woonruimte niet bij de rechtbank kon verschijnen en dat zij alsnog betaalbewijzen zou overleggen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante niet tijdig bewijs had geleverd en dat zij als ontvanger van kinderopvangtoeslag een deugdelijke administratie moet bijhouden en betalingsbewijzen moet overleggen.
Hoewel appellante facturen en bankafschriften overlegde waaruit blijkt dat een deel van de kosten was betaald, kon zij niet aantonen dat het volledige bedrag voldaan was. Laat ingediende stukken werden niet als bewijs geaccepteerd vanwege late indiening en gebrek aan onderbouwing. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de voorschotten kinderopvangtoeslag over 2017 terecht op nihil zijn vastgesteld wegens onvoldoende bewijs van volledige betaling.