ECLI:NL:RVS:2018:864
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag ondanks gedeeltelijk niet betaalde kosten
Appellante maakte in 2014 gebruik van gastouderopvang en ontving daarvoor voorschotten kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst stelde bij besluit vast dat zij geen recht had op kinderopvangtoeslag over dat jaar en vorderde €27.931,00 terug aan teveel ontvangen voorschotten. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit maar liet de rechtsgevolgen in stand, omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij alle opvangkosten had voldaan.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij slechts een klein deel van de kosten niet had betaald en dat verrekening van voorschotten met terugvordering over 2010 haar niet mocht benadelen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat volgens vaste rechtspraak volledige betaling van de kosten vereist is voor aanspraak op toeslag en dat verrekening niet leidt tot verlies van recht op toeslag.
Verder stelde appellante dat terugvordering onrechtmatig en in strijd met het evenredigheidsbeginsel was, en dat sprake was van misbruik van bevoegdheid. De Afdeling verwierp dit op grond van dwingendrechtelijke bepalingen in de Awir die volledige terugvordering voorschrijven zonder ruimte voor matiging.
Tenslotte faalde het beroep op schending van het recht op een eerlijk proces. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de terugvordering van de volledige kinderopvangtoeslag en wijst het hoger beroep af.