ECLI:NL:RVS:2019:1228
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.T.J.M. Jurgens
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nadeelcompensatie wegens omzetdaling door wegwerkzaamheden
Appellant, eigenaar van een groente- en fruitwinkel in Paterswolde, verzocht nadeelcompensatie wegens omzetdaling door de aanleg van een rotonde en reconstructie van de Hoofdweg in 2014. Het college wees dit verzoek af op grond van de Nadeelcompensatieverordening gemeente Tynaarlo 2015, waarbij een omzetdrempel van 10% werd gehanteerd. De omzetdaling van 6,89% bleef onder deze drempel, waardoor de schade binnen het normaal ondernemersrisico viel.
De rechtbank vernietigde het besluit van het college over de periode tot 30 juni 2016, maar wees het beroep tegen het latere besluit af. In hoger beroep betoogde appellant dat de na-ijlschade in 2015 niet was betrokken en dat de omzetdrempel van 10% onterecht was, verwijzend naar een eerdere uitspraak waarin 8% werd gehanteerd.
De Raad van State oordeelde dat de bewijslast voor schade bij appellant ligt en dat de omzetstijging in 2015 geen grond geeft om na-ijlschade mee te rekenen. De omzetdaling bleef onder de drempel en het college had beoordelingsruimte bij het vaststellen van het normaal ondernemersrisico. De verschillen in drempelpercentages tussen gemeenten zijn niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; afwijzing nadeelcompensatie bevestigd.