ECLI:NL:RVS:2019:1232
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.T.J.M. Jurgens
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluiten erkenningen en toekenning schadevergoeding aan handelaar
De RDW verklaarde op 13 maart 2017 de handelaarskentekenbewijzen van appellant ongeldig en trok zijn erkenningen bedrijfsvoorraad en export dienstverlening in wegens niet tijdige betaling van facturen. Appellant betaalde gedeeltelijk en voerde correspondentie met RDW-medewerkers die hem hoop gaven op behoud van erkenningen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat er geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan.
De RDW herzag het bezwaar van appellant en trok het besluit van 6 juli 2017 in, herroepte de besluiten van 13 maart 2017 en stelde appellant in het bezit van erkenningen en kentekenbewijzen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de besluiten onrechtmatig waren vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder het feit dat appellant tijdig betalingen had gedaan en misleidende communicatie van een niet-bevoegde medewerker had plaatsgevonden.
Appellant vorderde schadevergoeding voor misgelopen winst op een busverkoop, gederfde inkomsten door stillegging bedrijfsactiviteiten en reputatieschade. De Afdeling kende een schadevergoeding van € 2.000 toe voor misgelopen winst, maar wees de overige schadeclaims af wegens onvoldoende bewijs. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan appellant toegekend.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de besluiten van de RDW en kent appellant een schadevergoeding van € 2.000 toe met wettelijke rente.