ECLI:NL:RVS:2019:1300
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek Nederlanderschap ondanks wijziging persoonsgegevens
De staatssecretaris heeft het verzoek van appellante om het Nederlanderschap te verkrijgen op 17 juli 2017 afgewezen, omdat niet kon worden vastgesteld dat zij vijf jaar ononderbroken met juiste persoonsgegevens in Nederland verbleef. Dit besluit volgde op eerdere afwijzingen en een onherroepelijke uitspraak van de rechtbank die de identiteit en nationaliteit van appellante betwijfelden.
Appellante voerde aan dat de wijziging van haar geslachtsnaam, geboortedatum en geboorteplaats in de basisregistratie personen een minieme wijziging betrof die de verblijfsduur niet opnieuw zou laten starten. De rechtbank en staatssecretaris oordeelden echter dat deze wijziging substantieel was en dat de vijfjaarstermijn op het moment van wijziging opnieuw begon te lopen.
Verder stelde appellante dat de rechtbank het verzoek tot aanhouding van de zitting wegens uitzonderlijke omstandigheden ten onrechte niet had gehonoreerd, wat strijd zou opleveren met het hoor en wederhoor en de goede procesorde. De Afdeling oordeelde dat appellante niet tijdig om aanhouding had verzocht en dat de rechtbank zorgvuldig had gehandeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om Nederlanderschap wordt bevestigd.