ECLI:NL:RVS:2018:2324
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing Nederlanderschap wegens onvoldoende motivering over nieuw feiten
De staatssecretaris heeft het verzoek van appellante om het Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen omdat zij geen gelegaliseerde geboorteakte kon overleggen en onvoldoende bewijs leverde dat haar identiteit was vastgesteld. Appellante voerde onder meer een verslechterde veiligheidssituatie in Irak aan als nieuw feit, maar de staatssecretaris en rechtbank oordeelden dat dit geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid was.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de staatssecretaris niet voldoende heeft gemotiveerd waarom de verslechterde veiligheidssituatie niet als nieuw feit geldt. De rechtbank heeft dit niet onderkend en het besluit van 16 november 2016 is daarom niet houdbaar. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Appellante heeft niet aangetoond dat zij met behulp van een professionele derde geen geboorteakte kan verkrijgen, waardoor de verslechterde veiligheidssituatie geen nieuw feit oplevert. De Afdeling veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het beroep bij de rechtbank eveneens.
Uitkomst: Het bezwaarbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.