ECLI:NL:RVS:2019:133
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid buiten behandeling stellen aanvraag uitzettingsopschorting wegens onvolledige medische gegevens
De staatssecretaris stelde op 19 juli 2017 een aanvraag van een vreemdeling om uitzetting op te schorten buiten behandeling vanwege onvolledige medische stukken. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en betoogde dat het Bureau Medische Advisering (BMA) aanvullende medische informatie nodig had om de aanvraag te beoordelen, en dat de vreemdeling onvoldoende gegevens had aangeleverd. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de aanvraag al compleet was, omdat de aanvullende medische stukken niet voldeden aan de vereisten van de Vreemdelingencirculaire 2000, paragraaf A3/7.1.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard, omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat zijn leeftijd en medische situatie hem belemmerden om zelf de gevraagde medische gegevens te overleggen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij het besluit tot buiten behandeling stellen van de aanvraag wordt bevestigd.