ECLI:NL:RVS:2019:2029
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 19 oktober 2018 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, die dit beroep op 13 november 2018 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft de grieven van de vreemdeling onderzocht, waaronder klachten over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank. Deze klachten werden terecht voorgedragen maar leidden niet tot vernietiging van de uitspraak.
De overige grieven bevatten geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en leiden eveneens niet tot vernietiging. De Afdeling verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigt het vonnis van de rechtbank. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.