ECLI:NL:RVS:2019:1469
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwang en kostenverhaal bij hennepkwekerij in gehuurde woning
Appellant huurde een driekamerwoning in Rotterdam en had deze onderverhuurd. In april 2017 werd in de woning een hennepkwekerij met 222 planten aangetroffen. Vanwege het gevaar voor brand en elektrocutie werd de kwekerij direct ontmanteld met bestuursdwang, waarvan de kosten op appellant werden verhaald. Appellant voerde aan dat hij niet wist en ook niet kon weten van de kwekerij, onderbouwd met verklaringen van een installatiebedrijf en bewijs van huurincasso.
De rechtbank oordeelde dat appellant als overtreder kon worden aangemerkt omdat hij onvoldoende toezicht hield en niet aannemelijk maakte dat hij niet wist of kon weten van de kwekerij. De Raad van State bevestigde dit oordeel, stellende dat de gedetailleerde aangifte van de netbeheerder en verklaringen van buurtbewoners aannemelijk maken dat de kwekerij al sinds november 2016 bestond. Appellant had redelijkerwijs meer toezicht moeten houden, waaronder controle van de basisregistratie personen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de kosten van bestuursdwang worden terecht op appellant verhaald.