ECLI:NL:RVS:2019:1471
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering en intrekking horecavergunningen wegens ernstig gevaar op witwassen en valsheid in geschrifte
De burgemeester heeft op 6 juli 2016 besloten om exploitatie- en drank- en horecavergunningen voor meerdere hotels te weigeren en reeds verleende vergunningen in te trekken, vanwege ernstig gevaar dat deze vergunningen worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen voordelen te benutten. Dit besluit volgde op adviezen van het Landelijk Bureau Bibob en een strafrechtelijk onderzoek naar betrokkenheid van bestuurders bij witwassen, valsheid in geschrifte en mensensmokkel.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vergunninghouders grotendeels ongegrond en oordeelde dat het aannemelijk is dat de bestuurders betrokken zijn bij strafbare feiten en dat het ernstige gevaar dat hieruit voortvloeit de weigering en intrekking van vergunningen rechtvaardigt. De Raad van State bevestigt deze uitspraak na behandeling in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de leenovereenkomsten met Chinese geldverstrekkers vermoedelijk vals zijn en dat sprake is van een kasrondje, waarbij geldstromen zijn gemaskeerd. Ook al zijn de bedragen relatief klein ten opzichte van de totale waarde van de hotelgroep, blijft het gevaar bestaan dat de vergunningen worden gebruikt voor het benutten van uit strafbare feiten verkregen voordelen.
De Raad van State oordeelt dat de burgemeester terecht alle vergunningen van de verschillende hotels heeft geweigerd en ingetrokken vanwege de onderlinge vervlechting van de hotels en de mogelijkheid om geld te schuiven. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering en intrekking van horecavergunningen wegens ernstig gevaar op witwassen en valsheid in geschrifte.