ECLI:NL:RVS:2013:441
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over herziening voorschot kinderopvangtoeslag zonder geldige schriftelijke overeenkomst
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag over 2008. De Belastingdienst had het voorschot herzien en vastgesteld op € 4.198,00, later zelfs op nihil na bezwaar. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten.
Appellante voerde aan dat de herziening van het voorschot een verboden reformatio in peius betrof en dat er wel degelijk een geldige schriftelijke overeenkomst met het gastouderbureau bestond. De Raad van State oordeelde dat de Belastingdienst bevoegd was het voorschot te herzien ook ten nadele van appellante naar aanleiding van het bezwaar en dat de overgelegde overeenkomsten niet voldeden aan de eisen van artikel 52 Wko Pro, omdat essentiële gegevens zoals uurprijs en aantal uren niet waren vermeld.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de Belastingdienst het voorschot kinderopvangtoeslag terecht heeft herzien naar nihil wegens het ontbreken van een geldige schriftelijke overeenkomst.