ECLI:NL:RVS:2019:1720
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake persoonlijke betalingsregeling kinderopvangtoeslag
De Belastingdienst/Toeslagen vorderde terugbetaling van €10.245,00 aan ten onrechte ontvangen voorschotten kinderopvangtoeslag over 2015 van wederpartij. Wederpartij verzocht om een persoonlijke betalingsregeling, die door de dienst werd afgewezen wegens opzet of grove schuld. De rechtbank verklaarde het beroep van wederpartij gegrond en beval een nieuwe beslissing op bezwaar.
De Raad van State oordeelt dat wederpartij weliswaar ernstige nalatigheid vertoonde door de toeslag niet tijdig stop te zetten, maar dat deze nalatigheid haar wel kan worden aangerekend. Ondanks haar psychische aandoeningen en taalbarrière blijft zij verantwoordelijk voor het tijdig doorgeven van wijzigingen. De verklaringen van de psychiater bevestigen wel bemoeilijkingen, maar niet dat de nalatigheid niet aan haar kan worden toegerekend.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van wederpartij ongegrond. Het eerdere besluit van 29 januari 2018, waarin het verzoek om een persoonlijke betalingsregeling werd afgewezen, blijft van kracht. De Belastingdienst kan rekening houden met de beslagvrije voet bij invordering, mits hierom wordt verzocht.
Deze uitspraak bevestigt dat bij terugvordering van toeslagen wegens opzet of grove schuld geen persoonlijke betalingsregeling op basis van betalingscapaciteit wordt toegekend, ook niet bij psychische beperkingen, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
Uitkomst: Het beroep van wederpartij wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de persoonlijke betalingsregeling blijft van kracht.