ECLI:NL:RVS:2019:1810
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Huurtoeslag 2011 geweigerd wegens eigenaarschap en huurbetaling niet aangetoond
De Belastingdienst/Toeslagen stelde in 2013 de huurtoeslag over 2011 voor appellant vast op nihil, omdat hij eigenaar of mede-eigenaar zou zijn en de huur niet daadwerkelijk zou betalen. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant in eerste instantie gegrond, maar in een latere uitspraak ongegrond, vanwege vermoedelijke invloed van appellant op de huurprijs en onduidelijkheid over de huurbetalingen.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij geen invloed heeft op de huurprijs en dat de huurkosten worden verrekend met een lening die zijn dochter bij hem heeft afgesloten na verkoop van de woning. De Raad van State oordeelt dat appellant als huurder moet worden aangemerkt omdat hij afstand heeft gedaan van het gebruiksrecht en geen andere hoedanigheid heeft die het genot van de woning verklaart.
Verder is vastgesteld dat appellant de huurkosten daadwerkelijk draagt doordat de maandelijkse huur wordt verrekend met de lening, en dit kan worden gecontroleerd. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen, en beveelt een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen vernietigd; appellant heeft recht op huurtoeslag 2011.