ECLI:NL:RVS:2019:1850
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit beëindiging verblijfsrecht en vertrekplicht gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris heeft bij besluit vastgesteld dat de vreemdeling, met de Duitse nationaliteit, geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan meer heeft sinds 17 juni 2014 en hem opgedragen Nederland binnen vier weken te verlaten. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, dat door de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep klaagde de vreemdeling dat het besluit van 8 februari 2018 onterecht als verwijderingsbesluit werd aangemerkt en dat het besluit onrechtmatig was omdat het een terugkeerbesluit zou zijn, wat niet op hem van toepassing zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het besluit geen terugkeerbesluit is zoals bedoeld in de Terugkeerrichtlijn, die niet van toepassing is op burgers van de Unie. Het besluit betreft een verwijderingsbesluit op grond van artikel 15 van Pro de Verblijfsrichtlijn, dat wel dezelfde kenmerken heeft als een terugkeerbesluit maar een andere rechtsgrondslag kent. De staatssecretaris handhaaft de vertrektermijn van vier weken en de mogelijkheid tot uitzetting bij niet-naleving, conform de Vreemdelingenwet 2000 en de Verblijfsrichtlijn.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het besluit is daarmee rechtsgeldig en uitvoerbaar, waarbij de persoonlijke situatie van de vreemdeling in acht is genomen zoals vereist door de Verblijfsrichtlijn.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging verblijfsrecht en vertrekplicht wordt bevestigd.