ECLI:NL:RVS:2019:1901
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over rechtsgeldigheid religieus huwelijk Syrië bij vreemdelingenmachtiging
De vreemdeling verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij haar echtgenoot (referent) die in mei 2015 Nederland binnenkwam en een verblijfsvergunning asiel ontving. De staatssecretaris wees de aanvraag en het bezwaar af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond met het oordeel dat het traditionele religieuze huwelijk in Syrië bij binnenkomst van de referent niet rechtsgeldig was.
De vreemdeling stelde dat het huwelijk wel rechtsgeldig was omdat het na binnenkomst door een shariarechtbank was bekrachtigd met een officiële huwelijksdatum. De Afdeling bestuursrechtspraak volgde deze lijn en verwees naar eerdere uitspraken waarin werd vastgesteld dat een door een shariarechtbank bekrachtigd religieus huwelijk in Syrië in beginsel rechtsgeldig is volgens artikel 10:31 BW Pro.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het bestaan van een rechtsgeldig huwelijk heeft ontkend en dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de geloofwaardigheid van het feitelijk gezinsleven zou leiden tot het niet erkennen van het huwelijk of het niet behoren tot het gezin in de zin van de Vreemdelingenwet 2000. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de proceskostenvergoeding aan de vreemdeling toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, met een opdracht aan de staatssecretaris tot een nieuw besluit.