ECLI:NL:RVS:2019:1922
Raad van State
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen staatsraad wegens vermeende partijdigheid
Bij brief van 16 juni 2019 verzocht een partij om wraking van staatsraad J.A. Hagen die betrokken was bij de behandeling van drie bestuursrechtelijke zaken. De wraking werd ingesteld omdat de verzoeker meende dat de staatsraad bevooroordeeld was, onder meer vanwege de afwijzing van een verzoek om uitstel van de zitting.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde het wrakingsverzoek op 17 juni 2019 ter openbare zitting aan de orde, waarbij de verzoeker niet verscheen en de staatsraad geen gebruik maakte van het recht om gehoord te worden. De Afdeling overwoog dat wraking niet bedoeld is als rechtsmiddel tegen processuele beslissingen zoals het afwijzen van een uitstelverzoek.
Er is slechts sprake van gegronde wraking indien er sprake is van een flagrante schending van fundamentele rechtsbeginselen die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigt. Dit was in deze zaak niet het geval, mede omdat een schikkingsmogelijkheid ook nog ter zitting aan de orde kon komen.
Daarom werd het wrakingsverzoek mondeling afgewezen door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen staatsraad J.A. Hagen is afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.