ECLI:NL:RVS:2019:2048
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en proceskostenvergoeding
Bij besluit van 30 oktober 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 26 november 2018 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep werd onder meer geklaagd over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank. Deze klachten werden gegrond bevonden, maar leidden niet tot vernietiging van de uitspraak omdat de ondertekening door de griffier correct was en de tekst identiek was aan het digitale dossier.
De overige grief leidde niet tot vernietiging omdat deze geen belang had voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ten bedrage van €512,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.