ECLI:NL:RVS:2019:2051
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inreisverbod en vertrekopdracht vreemdeling door Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 6 april 2018 een besluit genomen waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod werd uitgevaardigd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 4 mei 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft in haar beoordeling onder meer aandacht besteed aan de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank, waarbij eerdere uitspraken van de Raad van State werden gevolgd. De grieven van de vreemdeling leidden niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, mede omdat deze geen vragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Afdeling verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ten bedrage van € 512,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.