ECLI:NL:RVS:2019:2165
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwangkosten wegens onjuiste toerekening aan appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 3 mei 2018 een besluit genomen waarin zij de appellant aansprakelijk stelde voor kosten van spoedeisende bestuursdwang vanwege het onjuist aanbieden van huishoudelijk afval bij een ondergrondse container. Appellant betwistte dat zij de overtreder was, omdat zij haar afval op reguliere wijze in haar flat deponeert en de aangetroffen doos op aanzienlijke afstand van haar woning is gevonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat de aanwezigheid van een gids met naam en adres van appellant in de doos weliswaar tot haar herleidbaarheid leidt, maar dat dit niet automatisch betekent dat zij ook de overtreder is. Gezien de afstand tot haar woning en de beschikbare inzamelmogelijkheden acht de Afdeling het niet aannemelijk dat appellant de doos heeft neergezet.
Daarom is het college ten onrechte uitgegaan van appellant als overtreder en heeft zij onterecht de kosten op haar verhaald. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het eerdere besluit herroepen. Appellant hoeft de bestuursdwangkosten niet te betalen en krijgt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college hoeft de bestuursdwangkosten niet op appellant te verhalen.