ECLI:NL:RVS:2020:1320
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang en kostenverhaal bij onterecht opgelegde bestuursdwang
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde appellant kosten van €126,- op voor het verkeerd aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, nadat op 19 juni 2019 een doos met een loungeset naast een inzamelvoorziening was aangetroffen. Het adreslabel op de doos wees naar appellant, maar hij betwistte de overtreding en verklaarde de doos bij de winkel achtergelaten te hebben.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de afstand van ongeveer 10 kilometer tussen de woning van appellant en de vindplaats van de doos, gecombineerd met de verklaring en e-mailcorrespondentie met de winkel, voldoende aanleiding geeft om te concluderen dat appellant niet de overtreder is. Het college heeft appellant ten onrechte als overtreder aangemerkt en de kosten opgelegd.
Daarom werd het besluit van 26 september 2019, waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard, vernietigd en het besluit van 21 juni 2019 herroepen. Tevens werd bepaald dat appellant de kosten voor het opruimen van de doos niet hoeft te betalen en dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college hoeft de bestuursdwangkosten niet aan appellant te verhalen.