ECLI:NL:RVS:2019:2183
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- C.H.M. van Altena
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over schadevergoeding wegens waardevermindering woning door aanleg A74 en aanpassing A73-Zuid
Appellant verzocht de minister van Infrastructuur en Waterstaat om schadevergoeding wegens waardevermindering van zijn woning nabij de A73-Zuid door het Tracébesluit Rijksweg A74. De minister wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het daaropvolgende besluit van de minister en gaf aanwijzingen voor een nieuw besluit.
De Afdeling beoordeelde het advies van de Schadecommissie Rijkswaterstaat en het taxatierapport van Meander, waarin een lichte waardevermindering van minder dan 1% werd vastgesteld. Appellant voerde aan dat de minister onvoldoende rekening hield met de toegenomen geluidoverlast, met name in de tuin, en dat de planologische vergelijking en schadebepaling niet deugdelijk waren.
De Afdeling oordeelde dat de minister het deskundigenadvies redelijkerwijs kon volgen, maar dat het verschil in geluidbelasting tussen rapporten onvoldoende was verklaard. Hierdoor was de motivering dat de schade niet hoger was dan 1% onvoldoende draagkrachtig. Tevens oordeelde de Afdeling dat de minister geen hogere drempel dan 2% van de woningwaarde mocht hanteren, gelet op het gelijkheidsbeginsel.
De Afdeling draagt de minister op binnen dertien weken het besluit te herstellen met een toereikende motivering en zo nodig wijziging, en een nieuwe taxatie uit te laten voeren rekening houdend met alle relevante rapporten. De einduitspraak zal ook beslissen over proceskosten en een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het besluit van 12 maart 2018 wordt vernietigd en de minister opgedragen het besluit binnen dertien weken te herstellen met een toereikende motivering en zo nodig wijziging.