ECLI:NL:RVS:2019:2209
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit openbaarmaking emissiegegevens met instandhouding rechtsgevolgen
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft RWE Eemshaven Holding B.V. beroep ingesteld tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Groningen van 18 oktober 2017, waarin emissiegegevens openbaar werden gemaakt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een eerdere tussenuitspraak dat het college RWE ten onrechte niet in de gelegenheid had gesteld om te worden gehoord over het voornemen tot openbaarmaking en dat het college geen belangenafweging had gemaakt tussen het belang van openbaarmaking en de bescherming van persoonlijke beleidsopvattingen.
Het college heeft vervolgens het besluit nader gemotiveerd en RWE in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. De Afdeling concludeert dat het belang van openbaarmaking, onderbouwd door het Verdrag van Århus en Europese richtlijnen, zwaarder weegt dan het belang van bescherming van persoonlijke beleidsopvattingen, ook al zijn de documenten deels opgesteld door advocaten met geheimhoudingsplicht.
De Afdeling vernietigt het besluit van 18 oktober 2017 wegens het eerdere procedurele gebrek, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan RWE. De uitspraak benadrukt het belang van transparantie over milieugegevens en bevestigt dat de geheimhoudingsplicht van advocaten niet zonder meer een weigering tot openbaarmaking rechtvaardigt.
Uitkomst: Het besluit tot openbaarmaking van emissiegegevens wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.