ECLI:NL:RVS:2022:133
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.W.M. Bijloos
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking documenten op grond van de Wob inzake subsidie en vertrouwelijke correspondentie
In deze zaak hebben Avanzo en anderen verzocht om openbaarmaking van documenten die betrekking hebben op een subsidie van €504.045,- verleend door het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan een bedrijf voor een vergassingsinstallatie. Het college weigerde openbaarmaking op grond van diverse uitzonderingsgronden van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), waaronder artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, e en g.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van het college tegen het verzoek van Avanzo en anderen terecht ontvankelijk en oordeelde dat het college de documenten niet hoefde te openbaren vanwege de vertrouwelijkheid en het belang van bescherming van de procespositie van de provincie. Avanzo en anderen stelden in hoger beroep dat deze gronden niet juist waren toegepast en dat het belang van openbaarheid zwaarder woog.
Het college stelde incidenteel hoger beroep in en voerde aan dat de geheimhoudingsplicht van artikel 11a van de Advocatenwet een bijzondere, uitputtende openbaarmakingsregeling vormt die voorgaat op de Wob. De Afdeling oordeelde echter dat artikel 11a geen bijzondere openbaarmakingsregeling bevat en dat het college de weigering niet op deze grond kon baseren.
De Afdeling bevestigde dat het college terecht de weigering tot openbaarmaking op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob kon baseren omdat openbaarmaking de procespositie van de provincie zou schaden en het vertrouwen in vertrouwelijke communicatie met advocaten zou ondermijnen. Het belang van openbaarheid diende het publieke belang en niet het specifieke belang van Avanzo en anderen. Het hoger beroep van Avanzo en anderen en het incidenteel hoger beroep van het college werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de weigering van het college tot openbaarmaking van de documenten op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob.