ECLI:NL:RVS:2019:2279
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen asielaanvraag
De staatssecretaris heeft op 25 oktober 2018 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond bij uitspraak van 27 december 2018. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State heeft de grieven van de vreemdeling onderzocht, waaronder klachten over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank. Deze klachten werden terecht voorgedragen, maar leidden niet tot vernietiging van de uitspraak omdat de ondertekening en tekstidentiteit waren gewaarborgd en de openbaarmaking geen aanleiding gaf tot vernietiging.
De overige grieven bevatten geen rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat ook deze niet tot vernietiging leiden. Het hoger beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ter hoogte van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.