ECLI:NL:RVS:2019:2368
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 12 december 2018 besloten een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 januari 2019 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling behandelde onder meer klachten over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank, maar oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van de uitspraak leiden.
Verder concludeerde de Afdeling dat het hoger beroep geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, zodat het hoger beroep kennelijk ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank wordt daarom bevestigd.
Tot slot veroordeelde de Afdeling de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ter hoogte van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond.