ECLI:NL:RVS:2019:2380
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 26 november 2018 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 december 2018 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure werd onder meer de rechtsgeldigheid van de digitale ondertekening en de openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank aan de orde gesteld. De Raad van State verwees naar eerdere uitspraken waarin deze kwesties reeds zijn behandeld en oordeelde dat deze klachten terecht waren voorgedragen, maar niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank leiden.
De overige grief bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00 die door de vreemdeling zijn gemaakt voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond.