ECLI:NL:RVS:2019:2396
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel en toewijzing proceskosten
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 augustus 2016 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen, rekening houdend met nieuwe asielmotieven die in beroep waren aangevoerd.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken. Tijdens de procedure werd de behandeling aangehouden vanwege een verzoek om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, dat later werd ingetrokken. Vervolgens werd de zaak aangehouden in afwachting van de uitspraak over de nieuwe asielmotieven.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat zij en de staatssecretaris nieuwe asielmotieven die in beroep waren aangevoerd moesten betrekken bij de beoordeling. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd daarom kennelijk ongegrond verklaard. De Afdeling bevestigde de uitspraken van de rechtbank met verbetering van de gronden en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €512,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd met verbetering van de gronden.