ECLI:NL:RVS:2019:2406
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens termijnoverschrijding
De vreemdelingen, meerderjarige kinderen van een referent met een verblijfsvergunning asiel, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor nareis in het kader van gezinshereniging. De staatssecretaris wees deze aanvragen af omdat zij niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden waren ingediend en achtte de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
De vreemdelingen maakten bezwaar en stelden beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. In hoger beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat de staatssecretaris bij het besluit op bezwaar de vreemdelingen had moeten informeren over de gevolgen van de termijnoverschrijding en de mogelijkheden om alsnog een mvv aan te vragen op basis van een verblijfsvergunning regulier. Dit was niet gebeurd, waardoor het besluit op bezwaar een gebrek vertoonde.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van 29 augustus 2016 en het vonnis van de rechtbank, en verklaarde het beroep gegrond. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand omdat de vreemdelingen inmiddels op de hoogte zijn van de mogelijkheden. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 29 augustus 2016 wordt vernietigd, en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.