ECLI:NL:RVS:2019:2536
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motivering en belang bij beroep inzake weigering Verklaring Omtrent het Gedrag
Appellante vroeg op 12 september 2017 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan voor haar functie als klantenservicemedewerker bij Achmea. De minister weigerde aanvankelijk de VOG op grond van een openstaande strafzaak wegens valsheid in geschrifte en poging tot oplichting, hoewel appellante later door de strafrechter werd vrijgesproken. Na bezwaar werd de afwijzing herroepen en alsnog een VOG afgegeven, maar een verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 31 januari 2018 niet-ontvankelijk, omdat appellante het beroep zogenaamd had ingetrokken en geen belang zou hebben bij inhoudelijke beoordeling. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter vast dat het beroep niet is ingetrokken en dat appellante wel degelijk belang heeft, onder meer omdat zij haar baan verloor door de weigering van de VOG.
De Afdeling oordeelt dat de minister terecht het screeningsprofiel 'Financiële dienstverlening' toepaste, maar onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de openstaande strafzaak een reden was om de VOG te weigeren, nu appellante is vrijgesproken. Daarom zijn de besluiten van 31 januari en 30 april 2018 niet deugdelijk gemotiveerd. De minister wordt opgedragen binnen zes weken deze gebreken te herstellen door de besluiten te herzien of te vervangen met een deugdelijke motivering.
Uitkomst: De minister wordt opgedragen binnen zes weken de besluiten over de VOG-aanvraag deugdelijk te motiveren of te herzien.