ECLI:NL:RVS:2019:2584
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 14 mei 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep werden onder meer klachten geuit over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling verwees naar eerdere uitspraken waarin deze klachten als terecht werden erkend, maar niet leidden tot vernietiging van de uitspraak omdat de ondertekening wel degelijk had plaatsgevonden en de tekst identiek was aan het digitale dossier.
De overige grieven van de vreemdeling werden eveneens niet gegrond verklaard, mede omdat deze geen vragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.